Onder ‘kappen’ wordt verstaan:
· het omzagen van houtopstand;
· het rooien van houtopstand, met inbegrip van verplanten, met uitzondering van het ter plaatse lichten of laten zakken van bomen binnen een straal van één meter;
· het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand tot gevolg kunnen hebben.
Onder ‘houtopstand’ wordt verstaan:
Gemeentelijke of particuliere boom of bomen, hakhout, houtwal, lintbeplanting in de vorm van bosheesters, al of niet met bomen, of beplanting van bosplantsoen.
Onder ‘gemeentelijke boom’ wordt verstaan:
Houtachtig, overblijvend gewas waarvan de gemeente zakelijk gerechtigde is, dat één- of meerstammig is, waarbij de omvang van de (dikste) stam minimaal 50 centimeter is op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld.
Onder ‘particuliere boom’ wordt verstaan:
Houtachtig, overblijvend gewas waarvan een natuurlijke of rechtspersoon, niet zijnde de gemeente, zakelijk gerechtigde is, dat één- of meerstammig is, waarbij de omvang van de (dikste) stam minimaal 100 centimeter is op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld.
Onder ‘hakhout’ wordt verstaan:
Boom of bomen of boomvormers die, na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen.
Onder ‘bosplantsoen’ wordt verstaan:
Al dan niet aangeplante bosachtige elementen, inclusief kruidengroei, grotendeels bestaande uit inheemse houtachtige soorten bomen en struiken.
Onder ‘knotten’ wordt verstaan:
Tot op de oude snoeiplaats verwijderen van aangegroeid takhout bij als cultuurboom gekweekte knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen.
