afsluiten
U wilt teruggebeld worden door een medewerker van de deelgemeente? Dat kan! Vul hieronder uw gegevens in en wij nemen uiterlijk de volgende dag contact met u op.
Verstuur formulier
*verplicht invoeren
afsluiten
U wilt een afspraak maken met een van onze medewerkers? Dat kan! Vul hieronder uw gegevens in en wij nemen binnen 24 uur na ontvangst van uw verzoek contact met u op.
Verstuur formulier
*verplicht invoeren
Politiek & Organisatie > Dagelijks bestuur > Overgedragen bevoegdheden
Overgedragen bevoegdheden

Door het college zijn aan de dagelijks besturen overgedragen de navolgende bevoegdheden: 

 

Bevoegdheden

Opmerkingen

1. ALGEMEEN BESTUUR

 

Gemeentewet:
de artikelen 125 en 135  

 

Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum

Met betrekking tot:
-  de bevoegdheden van de deelraad onderscheidenlijk de raad voor Pernis en het dagelijks bestuur;
-  de handhaving van door de raad voor het gebied van de deelgemeente vastgestelde bestemmingsplannen, leefmilieuverordeningen.

 

Indien artikel 5:27, tweede lid, Awb, wordt toegepast, dient het dagelijks bestuur van de deelgemeente dit vooraf te melden aan de burgemeester.

Inspraakverordening Rotterdam 2005:

Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum

Voor wat betreft beleidsvoornemens  tot de vaststelling of wijziging van:

-          bestemmingsplannen;

-          leefmilieuverordeningen;

-          stadsvernieuwingsplannen

is het dagelijks bestuur gehouden een inspraakprocedure te volgen, indien het college of de gemeenteraad hierover nadrukkelijk een besluit hebben genomen.

Subsidieverordening Rotterdam 2005, met
uitzondering van artikel 16, alsmede de Uitvoeringsregeling Subsidieverordening Rotterdam 2005
         
 

Uitsluitend voor zover het
betreft het subsidiëren van activiteiten die voortvloeien uit de aan de deelgemeentebesturen onderscheidenlijk wijkraad voor Pernis overgedragen bevoegdheden en waarbij een deelgemeentelijk belang aan de orde is, en voor zover
het het stellen van nadere regels betreft, slechts voor zover het gemeentebestuur daarin niet reeds heeft  voorzien

Het college blijft bevoegd tot het uitoefenen van bevoegdheden op grond van deze verordening en de uitvoeringsregeling, zij het dat in het geval subsidie door het deelgemeentebestuur onderscheidenlijk de wijkraad voor Pernis is verleend aan X uit hoofde van een uit de Deelgemeenteverordening 2002 en de bijbehorende bevoegdhedenlijst voortvloeiend belang, het gemeentebestuur slechts uit andere hoofde dezelfde X een subsidie toe kan kennen.

2. OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID

 

Drank- en Horecawet, met uitzondering van:
artikel 4, derde lid;
artikel 20, vijfde lid;
artikel 23;
artikel 26, tweede lid;
artikel 32, eerste lid, voor zover dat betreft de bevoegdheid van de burgemeester tot het doen van een intrekkingsvoorstel;
artikel 35.

 

Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum

 

 

Wet op de kansspelen:
artikel 3;
artikel 5;
artikel 6.

 

Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum

 

Wet op de dierenbescherming:
artikel 2.

 

Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum


 

Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2008:
artikel 2.1.9, met uitzondering van de genoemde
bevoegdheden van de burgemeester en het tweede lid,
onder f;
artikel 2.1.9a;
artikel 2.1.11 tot en met 2.1.23;
artikel 2.4.2;
artikel 2.4.3;
artikel 2.4.9 tot en met 2.4.11;
artikel 2.7.3;
artikel 4.1.5;
artikel 4.3.5;
artikel 4.3.6;
artikel 4.3.8;
artikel 4.4.1 tot en met 4.4.9;
artikel 4.4.11 tot en met 4.4.14;
artikel 4.5.1;
artikel 4.5.2;
artikel 4.5.3;
artikel 4.6.1;
artikel 5.1.1 tot en met 5.1.13;
artikel 5.2.1 tot en met 5.2.12;
artikel 5.3.1 tot en met 5.3.7;
artikel 5.4.1;
artikel 5.7.2 tot en met 5.7.6;

 

Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009:
artikel 2, tweede lid,

artikel 14, tweede lid;

 

Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum

Bij artikel 2, tweede lid, geldt dat het betreft de wijkgebonden
huis-aan-huis-inzameling door personen, instellingen en verenigingen, die een sociaal, cultureel of maatschappelijk doel nastreven.

 

 

3. VERKEER, VERVOER EN WATERSTAAT

 

Wegenwet juncto Gemeentewet

Respectievelijk artikel 16 dan wel artikel 160

Voor zover het de zorg voor het verkeren in goeden staat van:

de openbare (water)wegen, bruggen, straten, plantsoenen, pleinen en andere openbare buitenruimte.

Alsmede voor zover dit betreft het bepalen van de plaats van straatmeubilair.

 

Indien bij het uitoefenen van deze bevoegdheden:
(onderdelen van) de hoofdinfrastructuur ten behoeve van:
het openbaar vervoer,
de energievoorziening,
de telecommunicatie, of
de hoofdontsluiting(sweg)en, dient dit tijdig vooraf aan het college te worden gemeld.

 

Wegenverkeerswet 1994:
artikel 18;
artikel 148;
artikel 149;

Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum

Indien bij het uitoefenen van deze bevoegdheden:
(onderdelen van) de hoofdinfrastructuur ten behoeve van het openbaar vervoer, of
de hoofdontsluiting(sweg)en, dient dit tijdig vooraf aan het college te worden gemeld. 

4. ECONOMIE

 

Gemeentewet:
artikel 160, eerste lid, onder h 

 

Marktverordening Rotterdam 2008:

artikel 3

artikel 3a

 

Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum

 

Marktreglement Rotterdam  2008

artikel 6

 

Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum

Alleen voor wat betreft het onderdeel algemeen belang

Winkeltijdenwet.

artikel 4, eerste en tweede lid

artikel 5, tweede lid

artikel 6, eerste lid

artikel 7, tweede lid

 

Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum

 

Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet.

artikel 3, derde en vierde lid

artikel 4, derde en vierde lid

 

Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum

  

5. CULTUUR , SPORT EN RECREATIE

 

Gemeentewet:
artikel 160;

voor zover dat betreft:

.           de beleidsvorming (wat het kwaliteitsniveau, de hoeveelheid, de aard en de locatie betreft) van wijkgebonden voorzieningen en activiteiten;

.           het (laten) exploiteren van wijkgebonden voorzieningen;

.           het (laten) uitvoeren van wijkgebonden activiteiten;

.           de bekostiging van de exploitatie (inclusief groot onderhoud) van wijkgebonden voorzieningen en de uitvoering van wijkgebonden activiteiten;

.           het vaststellen van de tarieven voor de eindgebruikers van die wijkgebonden voorzieningen en activiteiten (zoals de entreeprijzen);

.           de bepaling van het kwaliteitsniveau van het groot onderhoud van de wijkgebonden voorzieningen voor zover uitstijgend boven het door de gemeente vastgestelde minimumniveau;

voor zover dat niet betreft:

.           besluiten tot het aangaan van obligatoire overeenkomsten (inclusief het bepalen van de algemene of bijzondere huurvoorwaarden van de voorzieningen);

.           de dagelijkse exploitatie (de bedrijfsvoering) van de voorzieningen;

.           de uitvoering van het groot onderhoud.

Dit alles op het terrein van sport en recreatie.

 

Als wijkgebonden voorzieningen en activiteiten worden aangemerkt:
alle voorzieningen en activiteiten op sportief en recreatief gebied, voor zover die geen uitgesproken topsportkarakter hebben en voor zover die geen uitgesproken stedelijk bereik hebben. Het college van burgemeester en wethouders en de deelgemeentebesturen kunnen overeenkomen dat voorzieningen met overwegend een stedelijk bereik desalniettemin als wijkgebonden voorzieningen worden aangemerkt. Wijkgebonden voorzieningen zijn bijvoorbeeld sporthallen, zwembaden, sportvelden, tennisbanen, speelterreinen, openluchtrecreatie, natuur en milieueducatie, wijkgebouwen en activiteiten als sportstimulering.
Ten aanzien hiervan geldt: één en ander voor zover daarvoor middelen in het deelgemeentefonds zijn opgenomen

6. WELZIJN

 

Wet maatschappelijke ondersteuning:

artikel 10, eerste lid;

artikel 11;

artikel 12.

 

 

 

Voor al deze artikelen voor zover het betreft de beleidsvelden1 tot en met 5 als genoemd in artikel 1, onder g, onderdeel 1° tot en met 5° en slechts waar het aanvullend en gebiedsgericht beleid betreft binnen de stedelijk vastgestelde kaders. Deze stedelijke kaders worden voorbereid in samenspraak met de besturen van de deelgemeenten en Pernis.

 

Als wijkgebonden voorzieningen en activiteiten worden aangemerkt:
voorzieningen op het maatschappelijke en sociaal-culturele vlak, voor zover dat betreft:

.           de beleidsvorming (wat het kwaliteitsniveau, de hoeveelheid, de aard en de locatie betreft) van wijkgebonden voorzieningen en activiteiten;

.           het (laten) exploiteren van wijkgebonden voorzieningen;

.           het (laten) uitvoeren van wijkgebonden activiteiten;

.           de bekostiging van de exploitatie (inclusief groot onderhoud) van wijkgebonden voorzieningen en de uitvoering van wijkgebonden activiteiten;

.           het vaststellen van de tarieven voor de eindgebruikers van die wijkgebonden voorzieningen en activiteiten (zoals de entreeprijzen);

.           de bepaling van het kwaliteitsniveau van het groot onderhoud van de wijkgebonden voorzieningen voor zover uitstijgend boven het door de gemeente vastgestelde minimumniveau;

voor zover dat niet betreft:

.           besluiten tot het aangaan van obligatoire overeenkomsten (inclusief het bepalen van de algemene of bijzondere huurvoorwaarden van de voorzieningen);

.           de dagelijkse exploitatie (de bedrijfsvoering) van de voorzieningen;

.           de uitvoering van het groot onderhoud.

Dit alles op het terrein van maatschappelijke en sociaal-culturele vlak.

Verordening Peuterspeelzaalwerk 2007.

 

7. MILIEU

 

Wet milieubeheer:
hoofdstuk 8;
hoofdstuk 13;
hoofdstuk 15, titel 15.4;
hoofdstuk 17;
hoofdstuk 18;
hoofdstuk 19;
hoofdstuk 20;
artikel 21.1.

 

Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum

 

 

8. RUIMTELIJKE ORDENING EN VOLKSHUISVESTING

 

Wet ruimtelijke ordening

artikel 3.6

artikel 3.7.4

artikel 3.16 tot en met 3.24

artikel 3.38.4

artikel 3.38.6

artikel 6.17

artikel 6.21.1

artikel 6.21.3

artikel 7.1

artikel 7.5

  artikel 3.6;


-  artikel 3.7, lid 4;
-   artikel 3.16 tot en met 3.24;
-  artikel 3.38, lid 4 en 6;
-  artikel 6.17;
-  artikel 6.21, lid 1 en lid 3;
-   artikel 7.1;
-  artikel 7.5

 

Op een aanvraag om bouwvergunning, aanlegvergunning, vrijstelling of toestemming anderszins, die is ingediend vóór 1 juli 2008, is het bepaalde onder onderdeel 008.01 en 008.02 van de bevoegdhedenlijst behorende bij de Deelgemeenteverordening 2002, zoals dit luidde vóór de onderhavige wijzigingen 20, 23 en 24, van toepassing.

 

Woningwet:
artikel 7, tweede lid;
artikel 12a, eerste lid onder a,

artikel 13;
artikel 13a;
artikel 15;
artikel 40 tot en met 56b;
artikel 58;
artikel 59;
artikel 100; 

 

Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum

Bij artikel 12a, eerste lid onder a, geldt dat het betreft de vaststelling van welstandscriteria voor door de raad aangewezen ontwikkelingsgebieden;

De overdracht van artikel 100 geldt slechts voor zover de bevoegdheden op grond van de Woningwet aan het dagelijks bestuur zijn overgedragen, alsmede voor zover sprake is van overtreding van in de Woningwet opgenomen rechtstreeks werkende verbodsbepalingen.

 

Indien de verlening van een bouwvergunning slechts mogelijk is met toepassing van een van de zogenaamde gelijkwaardigheidsbepalingen als bedoeld in het Bouwbesluit en bij de verlening van de bouwvergunning, wordt afgeweken van het advies van de dienst Stedebouw en Volkshuisvesting, dient vooraf overleg gepleegd te worden met het college.


Deze bevoegdheden zijn niet overgedragen voor zover sprake is van een aanvraag om bouwvergunning die slechts kan worden gehonoreerd met een projectbesluit als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet ruimtelijke ordening en/of na vaststelling van een nieuw bestemmingspan dat die ontwikkeling mogelijk maakt en waarbij de bevoegdheid tot het nemen van een projectbesluit of het vaststellen van een (project)bestemmingsplan niet is overgedragen aan de deelraad.

Bouwbesluit.

 

Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum

 

Bouwverordening Rotterdam 1993:

Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum

met uitzondering van:
artikelen 2.5.30, vijfde lid,
4.11, derde lid, hoofdstuk 7a.

Bouwverordening Rotterdam 1989:
artikel 258, met uitzondering van het tweede lid;
artikel 352;

artikel 385;
artikel 386;
artikel 387;
artikel 388;
artikel 388ra;
artikel 388rb
artikel met 388rc, inclusief bijlage L (bevattende de nadere regelen bedoeld in artikel 388rc).

 

Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum

 

Wet op de stads- en dorpsvernieuwing:
artikel 17;
artikel 18;
artikel 20;
artikel 21;
artikel 22;
artikel 25;
artikel 26;
artikel 27;
artikel 28;
artikel 36, met uitzondering van het van toepassing verklaren van artikel 24.

Onder de algemene voorwaarde dat een geïnde bankgarantie bestemd dient te worden voor het oplossen van het stedenbouwkundige probleem ontstaan door sloop niet gevolgd door nieuwbouw.

De uitvoering van de verordeningen vastgesteld op basis van artikel 9 Wet  op de stads- en dorpsvernieuwing, (leefmilieuverordeningen).

 

Huisvestingsverordening aangewezen gebieden Rotterdam:

-          paragraaf 3.1 voor zover het betreft de bevoegdheid van woonruimte-onttrekking door middel van sloop, met uitzondering van artikel 3.1.9;

-          paragraaf 3.2 inzake splitsing van woonruimte, met uitzondering van artikel 3.2.11;

-          artikel 4.1 inzake de hardheidsclausule voor zover het betreft
woonruimteonttrekking door middel van sloop
of splitsing van woonruimte.

Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum

 

Monumentenverordening Rotterdam 2003:
artikel 8 tot en met 12;

 

Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum

Indien schadeclaims zijn te voorzien dient voorafgaand overleg te worden gepleegd met het college.

Brandbeveiligingsverordening 2009.

 

Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum

 

Huisvestingsverordening stadsregio Rotterdam 2006:
paragraaf 3.2 voor zover het betreft de bevoegdheid van woonruimteonttrekking door middel van sloop, met uitzondering van artikel 16f;
paragraaf 3.3 inzake splitsing van woonruimte, met uitzondering van artikel 17f.

 

Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum

 

Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (Stb 2008, 327).

- paragraaf 2.11 (gebruiksvergunning)

- paragraaf 2.12 (gebruiksmelding)

 

Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum

 

 

Overgedragen bevoegdheid deelraad aan DB inzake Overschiese Kleiweg 595 d t/m f, 609 en 626

Klik hier voor het document (BDR10-00057)

Overschie.nl